|
| |
Hoofdstuk
14. Het
Koninkrijk Gods. |
–Het in 't oogloopende van
het onderwerp.
–Het karakter van bet koninkrijk.
–Het koninkrijk gedurende
de Evangelische eeuw.
–Valsche voorstellingen
door Paulus verbeterd.
–Gevolgen van valsche
voorstellingen omtrent het Koninkrijk.
–Twee phasen of deelen van het
Koninkrijk Gods.
–De geestelijke
phase en het werk er van.
–De aardsche phase en het werk er van.
–Hunne
harmonische samenwerking.
–De heerlijkheid van de hemelsche phase.
–De
heerlijkheid van de aardsche phase.
–De Verbondswortel waaruit deze takken
groeien.
–De aardsche phase van het Koninkrijk, Israëlitisch.
–De
verlorene stammen.
–Het hemelsch Jeruzalem.
–Israëls verlies en
wederherstelling.
–De uitverkorene
klassen.
–De erfgenamen des
Koninkrijks.
–De
ijzeren scepter.
–Eene afbeelding van het
doel van het Duizendjarig Rijk.
–Het Koninkrijk overgegeven
aan den Vader.
–Gods oorspronkelijk plan uitgevoerd.
|
|
Die nu dit onderwerp
met eene Concordantie, en den Bijbel in de hand, nauwkeurig onderzocht,
hebben, zullen er zich over verbazen, te zien hoe het overal in de
Schriften te voorschijn treedt. Het Oude Testament is vol beloften en
profetieën over het Koninkrijk Gods, met Zijnen Koning, den Messias, als
middelste figuur.
Het was de hoop van elken Israëliet (Luk. III:15) dat
God hunne natie als gezamenlijk volk, zoude verhoogen onder den Messias,
en toen de Heer tot hen kwam, was het als hun koning, om het lang beloofde
[322] Koninkrijk Gods op aarde te stichten.
|

John the Baptist,
the Forerunner
of Jesus
|
Johannes, de Voorlooper en Heraut van onzen Heere Jezus, opende zijne
zending met de verkondiging:
“Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen
is nabij” (Matth. III:2.)
De Heer begon zijn dienstwerk met presies de
zelfde verkondiging; de apostelen werden uitgezonden om de zelfde
boodschap te prediken. (Matth. IV:17; X:7; Luk. IX:2.)
Niet alleen was het
koninkrijk het onderwerp waarmede de Heer zijn openbaar dienstwerk begon,
maar het was eigenlijk het voornaamste onderwerp van al zijne predikingen
(Luk. VIII:1 ; IV:43; XIX:11); andere onderwerpen werden slechts genoemd
in verband met, of ter opheldering van dit ééne onderwerp.
De
meerderheid zijner gelijkenissen waren óf afdeelingen van het koninkrijk
van af verschillende standpunten, en in verschillende trekken, óf zij
dienden om aan te wijzen dat algeheele toewijding aan God noodig was om
deel te hebben aan dat koninkrijk, en de meening tegen te spreken; dat de
Joden verzekerd waren van het koninkrijk, omdat zij natuurlijk kinderen
van Abraham waren, en derhalve natuurlijke erfgenamen der beloften.
|
| Why
didnt Jesus set up his kingdom at his first advent? 
Jesus healing,
a foretaste
of his kingdom
on earth

Walking
to Emmaus
|
Onze Heer, in zijne
gesprekken met zijne volgelingen, versterkt en moedigde hunne
verwachtingen op een komend koninkrijk aan, door tot hen te zeggen:
“En ik verordineer u het koninkrijk, gelijkerwijs mijn Vader dat mij
verordineerd heeft; opdat gij eet en drinkt aan mijne tafel in mijn
koninkrijk, en zit op troonen, oordeelende (richtende, heerschende) de
twaalf geslachten Israëls." Luk. Oftline XXII:29, 30.)
En wederom: “Vrees niet,
gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen, u het koninkrijk te
geven." (Luk. XII:32.)
En toen in plaats van gekroond te worden, en den
troon te bestijgen, hun erkende koning gekruisigd werd, waren zijne
discipelen pijnlijk teleurgesteld. Gelijk twee van hen het [323]
uitdrukten aan den vermeenden vreemdeling op hunnen weg naar Emmaus na
zijne opstanding: “wij hoopten dat hij was degene die Israël verlossen
zou” – verlossen van het Romeinsche juk, en makende van Israël het
Koninkrijk Gods in macht en heerlijkheid.
Maar zij waren droevig
teleurgesteld door de veranderingen der voorgaande dagen. Toen opende
Jezus hun de oogen des verstands, door hun te toonen uit de Schriften, dat
allereerst zijn offerande noodig was, eer het koninkrijk opgericht
kon worden. – Luk. XIV:21, 25-27.
|
Why
mans redemption precedes
kingdom blessings. |
God kon aan
Jezus de heerschappij over de aarde gegeven hebben, zonder den mensch te
verlossen, want “de Allerhoogste heeft heerschappij over de koninkrijken
der menschen, en Hij geeft ze aan wien Hij wil.” (Dan. IV:32.)
Maar God
had een hooger doel voor oogen, dan door zulk een plan kon worden bereikt.
Zulk een koninkrijk kon zegeningen aangebracht hebben, die hoe goed ook,
slechts een tijdelijk karakter dragen konden, aangezin het geheele
menschdom onder het oordeel des doods lag.
Om de zegeningen zijns rijks
eeuwig en volkomen te maken, moest het menschelijk geslacht eerst
vrijgemaakt worden van den dood, en alzoo wettelijk verlost van het
oordeel dat door Adam over all en was heen gegaan. |
|
Dat Jezus door de
profetieën te verklaren, de hoop der discipelen op een komend koninkrijk
aanwakkerde, is duidelijk uit het feit, dat toen Hij hen later verliet,
zij Hem vroegen:
“Heer, zult gij in
dezen tijd aan Israël
het koninkrijk wederom oprichten?" (Hand. I:6.)
Zijn antwoord, hoewel niet
duidelijk, sprak hun hoop niet tegen. Hij zeide:
“Het komt u niet
toe te weten de tijden en gelegenheden die de Vader in Zijne
eigene macht gesteld heeft” (vers 7).
|
Is the
kingdom
to be earthly?
or heavenly?

|
Wel is waar, hadden de discipelen in 't eerst evenals de geheele Joodsche
natie, een onvolkomen [323] begrip van het Koninkrijk Gods, daar zij
aannamen dat het uitsluitend een aardsch koninkrijk zijn zoude, even als
heden ten dage velen in een tegenovergestelde richting dwalen door te
denken dat het uitsluitend een hemelsch koninkrijk zijn zal.
En velen der
gelijkenissen en duistere gezegden van onzen Heere Jezus, hadden ten doel,
ter rechtertijd deze verkeerde opvattingen te verbeteren. Maar hij droeg
de gedachte van een koninkrijk, een bestuur, altijd voor, als zullende op
aarde opgericht worden, om te heerschen over de menschen.
En hij
bezielde hen niet alleen met een hoop op een deel in dat koninkrijk, maar
hij leerde hen ook voor de oprichting er van bidden –
"Uw
koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo oop op
aarde."
|
Waiting
for
God's kingdom seemed absurd
to the worldly-wise.
Jesus taught that his kingdom was not of this world and would not be established until
after his suffering and death.
But zealot Jews rebelled against Rome, endeavoring to set up their kingdom prematurely.
|
,Aan de wereldwijzen onder de Joden scheen onze Heer een
bedrieger en dweper, en zij beschouwden zijne discipelen als bedrogenen.
Zijne wijsheid en tact, en zijne wonderen, die konden zij niet
tegenspreken, noch met het verstand er zich rekenschap van geven; maar van
uit hun ongeloovig standpunt aan te nemen, dat hij er aanspraak op maken
mocht, erfgenaam van het koninkrijk te zijn, dat hij het beloofde
koninkrijk hetwelk de wereld regeeren zoude, op zoude richten, en dat
zijne discipelen alIen uit de lagere rangen des volks medeheerschers
zouden zijn met Hem in dat koninkrijk, – het was alles te
bespottelijk om er maar over te denken.
Rome, met zijne welgeoefende
krijgslieden, zijn kundige generaals, en ontzaggelijken rijkdom.
beheerschte de wereld en werd dagelijks machtiger.
Wie was dan deze
Nazarener? en wie waren deze visschers, zonder geld, en zonder invloed, en
met slechts een schamel gevolg van mindere menschen?
Wie waren zij, dat
zij konden spreken over het oprichten van een koninkrijk dat reeds lang
beloofd was, en het grootste en machtigste [325] zoude zijn dat de wereld
ooit gekend had?
|

The Masada The last outpost
of Jewish rebellion in 73 A.D., is the famous location where 960 Jewish zealots chose to
take their own lives rather than submit to a life of Roman slavery. |
|
"The Kingdom
of God cometh not with observation"--Yet it would be everywhere present
and powerful.
The spiritual
kingdom
is being set up first
and will be
for a time
unrecognized. |
De Farizeën, hopende de vermeende
zwakheid der beweringen onzes Heeren te kunnen aantoonen, en aldus zijne
volgeIingen uit den droom te helpen, vroegen hem:
Wanneer zal dat
koninkrijk dat gij predikt, te voorschijn komen?
Wanneer zullen uwe
soldaten komen?
Wanneer zal dit Koninkrijk Gods verschijnen. (Luk. XYII:
20-30.)
Het antwoord onzes Heeren zoude een nieuwe richting aan hunne gedachten
gegeven hebben, indien zij niet bevooroordeeld tegen hem waren geweest, en
niet verblind door hunne eigene vermeende wijsheid. Hij antwoordde hen,
dat Zijn koninkrijk nooit zoude komen op de wijze waarop zij het
verwachten.
Het koninkrijk hetwelk hij predikte, en waarin hij zijne
volgelingen tot het mede-erfrecht uitnoodigde, was een onzichtbaar
koninkrijk, en zij moesten niet verwachten het te zien. Hij antwoorde hen,
zeggende:
"het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat, en men
zal niet zeggen: Zie hier, of zie daar, want het Koninkrijk Gods is binnen
ulieden."
|
 |
"Binnen ulieden," of "midden onder ulieden," zooals
een andere vertaling zegt, en die ons dunkt beter te zijn, daar men toch
niet kon verwachten, dat Jezus zijn koninkrijk in de harten der Farizeërs, die hij huichelaars en
gewitte wanden genoemd had, stichten zoude.
Dit koninkrijk, eenmaal
opgericht, zal midden tusschen, of onder alle klassen zijn, ze alIen
besturende en richtende. In't kort, Jezus toonde aan, dat als zijn
koninkrijk gekomen zoude zijn, het overalomtegenwoordig, en overal machtig,
doch nergens zichtbaar zijn zoude.
Aldus gaf hij hun een denkbeeld van het
geestelijk koninkrijk hetwelk hij predikte; doch zij waren onvoorbereid en
ontvingen het niet. In de J oodsche verwachting aangaandehet belooofde
koninkrijk dat te Zijner tijd verwezenlijkt zoude worden, lag eenige
waarheid, gelijk zal worden [326] aangetoond; maar de Heer haalt hier de
geestelijke phase (het geestelijk gedeelte) des koninkrijks aan, die
onzichtbaar zal zijn.
En daar deze phase des koninkrijks het eerst
opgericht zal worden, zal het niet gezien, en een tijdlang niet herkend
worden. Het voorrecht van erfgenaam te zijn in deze geestelijke phase van
het Koninkrijk Gods was het eenige aanbod dat toen gemaakt werd, en is de
eenige hoop van onze hooge roeping geweest gedurende de geheele
Evangelische eeuw die toen begon.
Daarom haalde de Heer dat uitsluitend
aan. (Luk.XVI:16.) Dit zal als wij verder gaan, duidelijker uitkomen.
|
|

Jesus healing
|
Waarschijnlijk om deze strijdige openbare
meening, die vooral onder de Farizeërs
bestond, kwam Nicodemus des
nachts tot Jezus, daar hij verlangende was dit mysterie op te lossen, en
toch oogenschijnlijk beschaamd om openlijk te erkennen, dat hij eenig
gewicht hechtte aan hetgeen beweerd werd.
Het gesprek tusschen den Heer en
Nicodemus (Joh. II) hoewel slechts gedeeltelijk opgeteekend, geeft een
eenigzins dieperen blik in het karakter van het Koninkrijk Gods.
Klaarblijkelijk worden de hoofdpunten van het gesprek genoemd, opdat wij
daaruit de richting van het geheel, zouden kunnen opmaken, en die wij
eenigzins als voIgt kunnen omschrijven.
Jezus
Nikodémus
Nikodémus –
Rabbi! wij weten dat gij
zijt een leeraar van God gekomen; want niemand kan deze teekenen doen, die
gij doet, zoo God met hem niet is.
“Toch schijnen sommigen uwer
uitspraken mij zeer ongerijmd toe, en ik ben gekomen om daar eene
verklaring van te vragen." Bij voorbeeld, gij en uwe discipelen gaan om, en
prediken:
"Het koninkrijk der hemelen is nabij,” doch gij hebt geen
leger, noch rijkdom, noch invloed, en dus heeft deze bewering alle schijn
van valsch te zijn; hierin schijnt gij het yolk te bedriegen. De Fari
[327] seen houden allen u voor eenen bedrieger, doch ik hen verzekerd dat
er eenige waarheid in uwe leeringen is, “want niemand kan deze teekenen
(wonderen) doen, dien gij doet, zoo God met hem niet is.”
Het doel van
mijn bezoek is, te vragen naar den aard, den tijd, en de herkomst van dit
koninkrijk dat gij verkondigt? en wanneer zal het opgericht worden?
|
"Begotten"
and "Born"
of the spirit |
Jezus
–
Uw verzoek om een volkomen begrip te hebben aangaande het koninkrijk der
hemelen, kan nu niet bevredigend voor u, beantwoord worden; niet dat ik
het niet ten volle zoude kunnen uitleggen, maar in uwen. tegenwoordigen
toestand zoudt gij het niet kunnen verstaan of waardeeren.
"Tenzij
dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien (kennen,
er mede bekend worden.) Hier zij opgemerkt dat in sommige vertalingen, o.
a. de Engelsche, het woord “verwekt” gebruikt wordt, in plaats van
“geboren.”
Het Grieksche woord gennao word soms “verwekt,” soms
“geboren” vertaald, daar het in werkelijkheid de beide beteekenissen
in zich heeft.
|
| *De uitdrukking "ingaan" heeft hier de beteekenis van
"deelen,"
of "deel hebben aan," even als in andere gevallen waar het
zelfde Grieksche woord gebruikt wordt. Zoo lezen wij: "Wilt gij
in het leven ingaan" (Matth. XIX:17), en "Bidt, dat
gij niet in verzoeking komt" (deel hebt aan, deelt).
Zoo spreekt de Heer hier van hen die deelen zouden in, leden zouden
zijn van het koninkrijk, als koninklijke ambtsdragers, macht
uitoefende, en niet van die millioenen die wel door het koninkrijk
gezegend zouden worden, doch als onderdanen. [329]
|
How can a man
be begotten
when he is old?
Repentance
is not the
new birth.
Spiritual begettal
precedes
spiritual birth. |
Zelfs mijne discipelen hebben nog zeer onduidelijke voorsteIIingen
omtrent het karakter van het koninkrijk hetwelk zij verkondigen. Ik kan
het hun niet uitleggen, om de zelfde reden waarom ik het u niet
doe; zij zouden het even als gij om die zelfde reden, niet verstaan.
Maar Nikodémus, ééne eigenaardigheid van Gods wijze van handelen is, dat Hij
gehoorzaamheid eischt naar de mate van het licht dat men bezit, eer Hij
nog meer licht geeft; en'bij de uitverkiezing van hen die waardig geacht
worden deeI te hebben aan het koninkrijk, wordt geëischt dat zij hun
geIoof bekennen, en er naar leven.
Zij moeten gewillig zijn de leiding
Gods, stap voor stap te voIgen, soms sIechts met éénen stap vooruit
duidelijk zichtbaar. Zij wandeIen door geloof en niet door aanschouwen.
[328]
Nikodémus –
Maar ik hegrijp u niet. Wat bedoelt gij? Hoe kan een mensch geboren
worden, nu oud zijnde? “Kan hij ook andermaal in zijner moeders schoot
ingaan en geboren worden?”
Jezus
–
Niet zoo. Laat mij u duidelijk maken wat ik bedoel, door u te herinneren
aan Johannes den Dooper, en zijn werk. Zijn doop stelde zinnebeeldig eene
gemoedsverandering voor, het beginnen van een nieuw leven.
De zondaar uit
het water komende was zinnebeeldig een gereinigde mensch, een rein leven
beginnende als een pasgeboren kind. Dit zal u aangeven wat ik bedoel als
ik van een nieuwe geboorte spreek. Het werk van Johannes was een
voorbereidend werk.
Hij moest de menschen voorbereiden tot het koninkrijk;
hen leerende dat er eene verandering van hart en leven plaats moest hebben,
gelijk dat in zijnen doop werd uitgedrukt. Zulk eene verandering van hart
en leven is noodzakelijk als men nu het Koninkrijk Gods zoude willen zien
of herkennen.
Maar nog meer noodzakelijk is het voor hen die het
Koninkrijk Gods in zijne heerlijkheid en voltooiing zouden willen zien,
namenlijk, eene nog hoogere verwekking en geboorte. Tenzij een mensch
hervormd zij in hart en leven, de geboorte uit water, en daarbij de
geboorte “uit den Geest” hebbe, hij kan het Koninkrijk Gods niet
ingaan. *
De verandering die
bewerkt wordt door deze nieuwe geboorte uit den Geest is inderdaad groot, Nikodémus;
want hetgeen uit het vleesch geboren is, dat is vleesch, maar hetgeen uit
den Geest geboren is, dat is geest. Verwonder u dan niet over mijne eerste
verklaring, dat gij van Boven verwekt, moet worden, om te verstaan,
te kennen en te waardeeren de dingen waarnaar gij vraagt.
"Verwonder
u niet dat ik tot u zeide, Gijlieden moet wederom geboren (in andere
overzettingen verwekt vertaald) worden."
Het verschil tusschen
uwen tegenwoordigen toestand, geboren uit het vleesch, en den toestand van
hen die uit den Geest geboren zijn, die het door mij gepredikte koninkrijk
zullen ingaan of hetzelve uitmaken, is zeer groot.
Laat mij u eene
verklaring geven, waaruit gij een begrip zult kunnen krijgen hoedanig de
uit den Geest geboren wezens zyn, die het koninkrijk vormen:
De
wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet,
van waar hij komt, en waar hij heen gaat; – alzoo is een iegelijk die
uit den Geest geboren is. Gelijk de wind herwaarts en derwaarts blaast, en
gij hem niet ziet, hoewel hij op alles rondom u invloed uitoefent. Gij
weet niet van waar hij komt, of waar hij heengaat.
Dit is de beste
voorstelling die ik ti geven kan der uit den Geest geborenen, in de
opstanding, van hen die "ingaan" zullen en het koninkrijk dat ik
predik zullen samenstellen. Zij zullen allen onzichtbaar zijn als de wind,
en zij die niet alzoo, uit den Geest geboren zullen zijn, zullen niet
weten van waar zij komen, of waarheen zij gaan.
|

Elisha and his Servant
|
Nikodémus –
"Hoe kunnen deze dingen geschieden?"
Ik kan het niet begrijpen
hoe het mogelijk is dat wezens onzichtbaar tegenwoordig kunnen zijn, of
ongezien kunnen komen en gaan gelijk de wind. Hoe is dat mogelijk?
Jezus
–
"Zijt gij een leeraar vanIsraël, en weet gij deze dingen niet?"
– dat geestelijke wezens onzichtbaar tegenwoordig kunnen zijn?
Hebt
gij, die [330] tracht anderen te leeren nooit gelezen van Eliza en
zijnen dienaar, of van den ezel van Biliam? en de vele plaatsen in de
Schriften die de mogelijkheid aantoonen, dat geestelijke wezens onder de
menschen zich bewegen kunnen, en toch onzichtbaar zijn?
Verder, behoort
gij toch tot de Farizeen die voorgeven in engelen als geestelijke wezens
te gelooven. Doch juist dit verklaart hetgeen ik u in 't eerst zeide,
Tenzij een mensch wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods
niet zien (er niet mede bekend worden of redelijk verstaan) noch ook
iets dat daarmede in verband staat.
|
"The wind bloweth
where it listeth, and thou hearest the sound thereof, but canst not tell whence it cometh,
and whither it goeth:
so is every one that is born of the Spirit." John 3:8 |
What is
spirit begettal?
| * De woorden, "die in den heme! is" (vers 13), zijn in de
oudste en meest vertrouwbare handschriften niet te vinden [332]. |
|
Indien gij het koninkrijk hetwelk ik verkondig, wilt ingaan, en daar
mede-erfgenaam met mij van worden wilt, dan moet gij voet voor voet het
licht volgen.
Waar gij dit doe, zal meer licht komen, zoo snel als gij er
maar voor geschikt zult zijn. Ik heb u nu deze dingen die gij verstaan
kunt, en waar het nu de bestemde tijd voor is, gepredikt; ik heb wonderen
gedaan, en gij erkent mij als een leeraar van God gezonden, maar gij hebt
niet naar uw geloof gehandeld, en zijt niet openlijk mijn discipel en
volgeling geworden.
Gij moet niet verwachten meer te zien, totdat gij
alles wat gij ziet, nakomt; dan zal God u meer licht geven en meer
klaarheid voor den volgenden stap.
"Voorwaar, voorwaar zeg ik u; wij
spreken wat wij weten, en getuigen wat wij gezien hebben, en gij (Farizeën)
neemt onze getuigenis niet aan. Indien ik ulieden de aardsche dingen
gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij gelooven, indien ik ulieden
de hemelsche dingen zou zeggen?"
Het zoude nutteloos zijn, te
trachtten u de hemelsche dingen te zeggen, want gij zoudt niet overtuigd
zijn, en mijne prediking zoude u des te dwazer toeschijnen.
Indien hetgeen
ik u geleerd heb, dat toch een aardsch karakter gedragen heeft, en door
aardsche dingen die gij verstaan kondet en ook verstaan hebt verduidelijkt
werd, u [331] niet genoeg overtuigd heeft om u openlijk mijn discipel en
volgeling te doen worden, het zoude u evenmin overtuigen indien ik u de
hemelsche dingen waarvan gij niets weet, zeide; want niemand is ooit ten
hemel opgevaren, zoodat ook dus niemand mijne getuigenis bevestigen kan.
Ik, die uit den hemel kwam, versta alleen de hemelsche dingen. "Niemand
is opgevaren ten hemel dan die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de
Zoon des menschen.* Kennis der hemelsche dingen kan alleen verkregen
worden na verwekt te zijn door den Geest; de hemelsche dingen zelve, pas
nadat men uit den Geest geboren is, en dus een geestelijk wezen is.
|

Jesus taught
about an earthly
kingdom. |
De Heer had dus veel geduld noodig bij het verklaren van de natuur van
het koninkrijk aan hen, wier vooroordeelen en opvoeding hen hinderden iets
anders te zien dan verwarde inzichten in de aardsche phase er van.
Nochtans ging de uitverkiezing eener klasse die tot deelname aan het
Koninkrijk van den Messias geschikt was, gestadig door, hoewel er slechts
weinigen verkozen werden uit Israël, aan wien het aanbod zeven jaren lang
(van den doop van Jezus af tot aan de bekeering van Cornelius, den eersten
heiden) uitsluitend gedaan werd.
Gelijk God voorzien had, ging hun het
voorrecht, van deel te hebben in het Koninkrijk van den Messias, als yolk,
voorbij, door dat zij er niet bereid voor waren, en feiIden in het vatten
en voldoen van de aangeboden voorwaarden. Slechts een overblijfsel uit hen
ontving dat voorrecht, en kwam tot de Heidenen, om ook uit hen "voor
zijnen naam, een yolk aan te nemen."
En ook uit hun weet slechts een
overblijfsel; een "klein kuddeken" het voorrecht te waardeeren,
en is daardoor waardig geacht mede-erfgenaam te zijn van Zijn Koninkrijk
en van Zijne heerlijkheid.
|
The
kingdom
of God
has not yet
reigned on earth. |
Ernstig is de dwaling geweest die in de nominaIe ChristeIijke kerk werd
ingevoerd, namelijk dat de tegenwoordige nominale Kerk het koninkrijk zijn
zoude, en haar werk sIechts een werk der genade in het hart der geIoovigen.
Tot zulk een uiterste is deze dwaIing doorgevoerd geworden, dat het
tegenwoordig onheilig verbond en bestuur der NominaIe Kerk met de wereId,
door veIen aangenomen wordt als te zijn het Koninkrijk Gods op aarde.
Wel
is waar is de Kerk nu in zekeren zin Gods Koninkrijk, en gaat er nu een
genadewerk in het hart der geIoovigen om, doch hieruit alles op te maken,
en te loochenen dat een waarachtig toekomend Koninkrijk Gods nog opgericht
moet worden onder de hemelen, waarin Gods wil geschieden zal even aIs in
den hemel, dat is de sterkste en duidelijkste beloften onzes Heeren door
de Apostelen en profeten ons overgebracht, tot onze vertroosting en huIp
bij het overwinnen der wereld, van nul en geener waarde maken.
|
| Christian
allegiance.

Christ's earthly kingdom will reach the whole earth.
|
In de geIijkenissen onzes Heeren wordt de Kerk (de Gemeente) dikwijIs het
koninkrijk genoemd, en de AposteI spreekt er van als het koninkrijk
waarover Christus nu regeert, zeggende dat God ons van uit het rijk der
duisternis overgezet heeft in het Koninkrijk van Zijn geIiefden Zoon.
Wij
die Christus aangenomen hebben, erkennen nu zijn gekocht recht tot
heerschen, en zijn hem dankbaar en gewillig gehoorzaam, eer Hij die
gehoorzaamheid met geweld in de wereld instelt. Wij ontwaren het verschil
tusschen de wetten der gerechtigheid die hij invoeren wiI en het rijk der
duisternis, opgehouden door den geweldhebber, den tegenwoordigen vorst
dezer wereld.
Het geloof in Gods beloften verandert dus onze verhouding
als onderdanen, en wij [333] rekenen onszelven onderdanen van den nieuwen
vorst, en door zijne gunst mede-erfgenamen met hem in dat koninkrijk dat
nog in macht en heerlijkheid zal worden opgericht.
Doch dit feit maakt in geenen deele de beloften te niet, dat ten laatste
Christus' Koninkrijk "van zee tot zee, en van de rivieren tot de einden
der aarde" (Ps: LXXII:8) zijn zal; dat alle volken hem dienen en
gehoorzamen zullen; en dat voor hem alle knie dergenen die in den hemel, en
die op de aarde, en die onder de aarde zijn, zich buigen zal. Dan. VII: 27;
Phil. II:10.) Integendeel, de tegenwoordige uitv:erkiezing van het "kleine
kuddeke" bevestigt die beloften.
|
"He
said therefore,
A certain nobleman went into a far country
to receive
for himself
a kingdom
and to return."
Luke 19:12 |
Wanneer men de gelijkenissen onzes Heeren, nauwkeurig onderzoekt, zal men
vinden dat het duidelijk wordt aangetoond, dat de komst en de oprichting
van het Koninkrijk Gods in macht en kracht, in de toekomst zal zijn; en
natuurlijk niet voor dat de Koning komt.
Zoo plaatst de gelijkenis van den
welgeboren man, die naar een vergelegen land reisde, om voor zich zelven
een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keeren, enz. (Luk.
XIX:11-15), de oprichting van het koninkrijk bij de wederkomst van
Christus.
En de boodschap die de Heere vele jaren daarna aan de Kerk (de
Gemeente) zond, was: "Wees getrouw tot den dood, en ik zal u geven de
kroon des levens." (Openb. II:10.) Hieruit is het duidelijk dat de
koningen die met hem regeeren zullen, niet gekroond zullen worden noch als
koningen zullen regeeren in dit leven.
|
Gods
kingdom
is not yet set up
in glory and power.
|
De tegenwoordige Kerk of Gemeente is dus niet het Koninkrijk Gods dat in
macht en heerlijkheid is opgezet, doch in haren aanvangs-of embryo
toestand. En zoo leeren inderdaad alle daarop betrekking hebbende
aanhalingen in het Nieuwe Testament.
Op het oogenblik doet de wereld het
[334] koninkrijk der hemelen geweld aan; de Koning werd mishandeld en
gekruisigd, en een iegelijk die in zijne voetstappen wil wandelen, zal op
de een of andere wijze vervolging en geweld ondervinden. Dit geldt zooals
men bemerken zal, aIle en de ware Kerk (de Gemeente), niet de
nominale Kerk.
Doch de belofte is ons gegeven, dat indien wij (de Gemeente,
het embryo-koninkrijk) nu met Christus lijden, wij ook, ter rechter tijd,
wanneer hij de macht in handen neemt, en regeert, verheerlijkt zullen
worden en met hem regeeren zullen.
|

Parable of the Publican and Sinner
"And again
I say unto you,
It is easier
for a camel
to go through the eye of a needle, than for a rich man to enter into the kingdom of
God." Matthew 19:24 |
Jakobus (II:5) in overeenstemming met hetgeen onze Heer leert, zegt ons
dat God de armen dezer wereld uitverkoren heeft, niet om nu te regeeren,
maar om erfgenamen te zijn van het koninkrijk dat hij beloofd
heeft.
De Heer zegt: "Hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed
hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen." (Mark. X:23.) Het is
duidelijk dat hij niet de nominale Kerk bedoelde die tegenwoordig te samen
met de wereld regeert, want de rijken worden er in gedrongen.
Petrus
vermaant de erfgenamen des Koninkrijks, tot geduld, lijdzaamheid, deugd en
geloof, zeggende: "Broeders, benaarstigt u te meer, om uwe roeping en
verkiezing vast te maken; want dat doende, zult gij nimmermeer struikelen;
want alzoo zal u rijkeIijk toegevoegd worden de ingang in het
eeuwig koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus. 2 Petr.
I:10, 11.

Needles Eye Gate --
Humans could pass through easily; but large animals, such as camels, had to be unloaded
and kneel to get through. |

Jaffa Gate -- Located at the west side of Jerusalem,
the Jaffa Gate has a "needles eye," a small opening used as a security
entrance at night when the large gate was safely shut. |
|
| Christian
liberty |
De verklaring van Paulus in Rom. XIV:17, wordt door sommige menschen
verondersteld, betrekking te hebben op een zinnebeeldig koninkrijk; maar
als men het verband er van beschouwt, dan is het duidelijk dat deze tekst
eenvoudig dit beteekent: Wij, broeders, nu overgezet zijnde in het
Koninkrijk van Gods lieven Zoon, hebben zekere vrijheden betreffende ons
voedsel, enz., die wij als Joden, onder de Wet (vers 14) niet
hadden, doch laat ons deze vrijheid [335] niet gebruiken, als een broeder,
die het nog niet zoo inziet, daardoor struikelt of zijn geweten bevlekt.
Laat ons, door onze vdjheid betreffende ons voedsel onzen broeder, voor
wien Christus stierf, niet verderven, maar bedenken dat de voorrechten van
het koninkrijk, beide nu en in de toekomst, uit veel grooter zegeningen
bestaan dan vrijheid aangaande voedsel; namenlijk uit onze vrijheid om
goed te doen, onze vrede met God door Christus, en onze vreugde deel te
mogen hebben aan den Heiligen Geest Gods.
Deze vrijheden van het
koninkrijk (nu en voor eeuwig) zijn zoo groot, dat de mindere vrijheid
betreffende voedsel, nu, ter wille van onzen broeder wel opgeofferd mag
worden.
|

Christians must be
overcomers
to sit with Jesus
in His Father's throne and reign
over the nations
of earth.

Overcoming requires death in the Lord's service.
|
Op welk Schriftstandpunt wij dan ook staan, het denkbeeld, dat de
beloften des Koninkrijks geheimenisvolle bedriegerijen zouden zijn, of dat
onze tegenwoordige toestanden deze beloften vervullen, wordt volslagen
tegengesproken.
De beloften des Koninkrijks, heerlijkheid te hebben, en mede-erfgenaam
met den Meester te zijn, waren in de eerste Kerk een machtige drijfveer
tot trouw en lijdzaamheid onder de opgelegde beproevingen en vervolgingen
die zij wisten dat hun te wachten stond; en onder al de woorden van troost
en bemoediging die in de Openbaring aan de zeven Kerken of Gemeenten
gegeven worden, zijn er geen die helderder en krachtiger schijnen, dan de
woorden welke verklaren:
"Die overwint, ik zal hem geven te zitten
met mij in mijnen troon, evenals ik ook overwonnen heb, en ben gezeten met
mijnen Vader in Zijnen troon;" en "Die overwint, ik zal hem
macht geven over de Heidenen."
Dit zijn beloften, die redelijkerwijze niet te verdraaien zijn, alsof zij
een tegenwoordig werk der genade in de harten betroffen, noch ook een
bestuur over de volken in dit tegenwoordige leven; [336] want zij die
overwinnen willen, moeten het doeo door in den dienst van God te sterven, en
alzoo de eer in het koninkrijk te verwerven. Openb. XX : 6.
|
"Now
ye are full, now ye are rich,
ye have reigned
as kings
without us:
and I would to God ye did reign,
that we also might reign with you."
I Corinthians 4:8

Paul preached that
present suffering
would be followed
by future reigning.
|
Doch de menschelijke natuur tracht het lijden uit den weg te gaan, en is
immer bereid eer en macht aan
te grijpen, van daar dat wij bemerken, dat in de dagen der apostelen
sommige menschen genegen waren de beloften van toekomende eer en macht aan
het tegenwoordige leven toe te eigenen, en er naar begonnen te handelen
alsof zij den tijd reeds gekomen achtten dat de wereld de Kerk zoude eeren
en zelfs gehoorzamen.
De Apostel Paulus schrijft om deze dwaling te
verbeteren, wetende dat zulke denkbeelden een schadelijken invloed op de
Kerk zouden hebben, haar hoogmoed ontwikkelende, en haar van een leven van
offerande afvoerende.
Spottend zegt hij tot hen: “Alreeds zijt gij
verzadigd, alreede zijt gij rijk geworden, zonder ons hebt gij als
koningen geheerscht.” En dan voegt hij er ernstig bij: "och of gij
heerschtet, opdat ook wij (vervolgde apostelen) met u heerschen mochten!"
(1 Cor. IV:8.)
Zij genoten van hun Christendom, trachtende daarbij en daardoor, zooveel
eer als maar mogelijk was, er uit te halen; en de Apostel wist zeer goed dat
indien zij getrouwe volgelingen des Heeren waren, zij zich dan in
zulk een toestand niet zouden kunnen bevinden.
Daarom herinnert hij er hen
aan, dat indien werkelijk de lang verwachte regeering begonnen was, hij even
goed als zij regeeren zoude; en het feit dat hij door zijne trouw, om der
waarheid wil lijden moest, was een bewijs dat hun heerschen te vroeg
kwam, en eerder een valstrik dan een eere was.
Met lichten spot vervolgt hij, "Wij (apostelen en getrouwe dienaars) zijn dwazen om Christus wil, maar
gij zijt wijzen in Christus; wij zijn zwakken, maar gij sterken; gij zijt
heerlijken, maar wij verachten."
Ik schrijf u deze dingen niet, enkel om u
te beschamen; [337] ik heb een beter en edeler doel – om u te
waarschuwen; want het pad van tegenwoordige eer leidt niet naar de
heerIijkheid en de eer die geopenbaard staat te worden; maar tegenwoordig
lijden, en de zelfopoffering zijn het smalle pad dat tot heerlijkheid, eer,
onsterfeIijkheid en het medeerven in het Koninkrijk leidt. Zoo vermaan ik u
dan zijt mijne navolgers.
Lijdt, wordt nu gelasterd en vervolgd,
opdat gij met mij de kroon des levens moogt deelen, welke de Heer, de
rechtvaardige rechter mij in dien dag geven zal; en niet alleen mij,
maar aan alIen die zijne verschijning liefgehad hebben. – 1 Cor. IV:10-17;
2 Tim. IV:8.
|
| The
true church has not yet reigned over the earth. 
The Pope crowning Charlemagne
|
Maar nadat vele vervolgingen door de eerste Kerk met trouw verdragen
werden, begonnen onbijbelsche leeringen zich te verspreiden, als zoude het
de zending der Kerk zijn om de wereld te veroveren, het koninkrijk der
hemelen op aarde op te richten, en over de volken te heerschen vóór de
tweede komst des Heeren.
Dit legde den grond tot wereldlijke
verwikkelingen, pracht, en praal en hoogmoed, en ledige ceremonieën, die
ten doel hadden de wereld met ontzag en eerbied te vervullen, en die voet
voor voet voerden tot de groote aanmatigingen van het Pausdom, dat
beweerde als Gods Koninkrijk op aarde het recht te hebben voor zijne
wetten en beambten, van aIle geslachten, volken en natiën gehoorzaamheid
en ontzag te eischen.
Met deze valsche voorsteIIing (en zij bedrogen
zichzelven klaarblijkeIijk, even goed als anderen) heeft het Pausdom voor
eenen tijd de koningen van Europa gekroond en onttroord, en maakt nog
steeds aanspraak op het gezag dat het onmachtig is af te dwingen.
|
|

|
Hetzelfde denkbeeld heeft het Protestantisme van het Pausdom
overgenomen. Ook dit beweert, hoewel minder bestemd, dat de regeering
van de Ketk eenigermate aan het toenemen is, en dat hare [338] aanhangers
“vo” en “rijk,” en “als koningen” regeerende zijn, gelijk onze
Heer het duidelijk beschrijft. (Openb. III:17,18.)
Alzoo is het gekomen
dat de leden der Kerk, die het slechts in naam en schijn zijn – die niet
bekeerd, geen koren, maar kaf, nagebootst koren zijn, verreweg in getal de
overhand hebben boven de ware discipelen van Christus.
Van waarachtige
offerande en zelfverloochening willen zij in 't geheel niet weten, zij
lijden geen vervolgingen om der gerechtigheid
(waarheid) wil, en houden zich slechts aan den uiterlijken vorm van
vasten, enz., vast. In werkelijkheid regeeren zij met de wereld, en zijn
niet op den weg der voorbereiding tot deelname aan het ware koninkrijk,
dat door onzen Heer bij Zijn tweede komst zal worden opgericht.
|
There
can be
no kingdom
without a king. |
Iedere opmerkzame
onderzoeker, zal hier, als hij dit inzicht met de leer van Jezus en Zijne
apostelen vergelijkt, een duidelijke ongerijmdheid zien. Zij leerden dat
er geen koninkrijk kan zijn, zoolang de Koning er nog niet is. (Openb.
XX:6; XXI:21 ; 2 Tim. II:12.) Dientengevolge moet het koninkrijk der
hemelen geweld lijden tot dien tijd dat het opgericht zal worden. |
"To
him that overcometh
will I grant
to sit with me
in my throne,
even as I also overcame,
and am set down with my Father
in his throne." Revelation 3:21 |
Twee
Phasen of Deelen Van Het Koninkrijk Gods.
Terwijl
het waar is, zooals onze Heer verklaart, dat het Koninkrijk Gods niet
komt – zich bij aanvang niet kenbaar maakt – met
uiterlijk gelaat, ter bestemder tijd zal het toch aan allen, door uitwendige,
zichtbare en onmiskenbare teekenen, openbaar worden gemaakt.
Als het ten
volle opgericht is, zal het Koninkrijk Gods uit twee deelen bestaan, een
geestelijk of hemelsch deel, en een aardsch of menschelijk deel. Het
geestelijk deel zal altijd onzichtbaar zijn voor de menschen, gelijk zij,
waaruit het bestaat, tot de goddelijke, geestelijke natuur zullen behooren,
welke geen mensch ooit gezien heeft, of kan zien (1 Tim. VI:16; Joh. I:18) ;
toch [339] zal zijne tegenwordigheid en kracht machtig worden geopenbaard
voornamelijk door zijne menschelijke vertegenwoordigers die het aardsche
deel van het Koninkrijk Gods zullen uitmaken.
|
|
|
Zij die het geesteIijke deel van het koninkrijk uitmaken, zijn de
overwinnende heiligen uit de Evangelische eeuw – de verheerlijkte
Christus, hoofd en lichaam. Hun opstanding, en verhooging tot macht, gaat vóór die van alle anderen, omdat
door deze klasse, alle andere menschen gezegend zuIlen worden. (Hebr.
XI:39,40.) De hunne is de “eerste opstanding” (Openb. XX:5.)*
Het
groote werk, hetwelk deze heerlijke gezalfde schare – de Christus
– vóór zich heeft, eischt hare verhooging tot de
goddelijke natuur; geen andere dan goddelijke macht kan dit bewerken. Haar
werk gaat niet alleen deze wereld aan, maar aIle dingen in hemel en op
aarde – onder geesteIijke zoowel als onder menschelijke
wezens. – Matth. XXVIII:18; Col. I:20; Ef. I:10; Fil. II:10; 1
Cor. VI:3. |
Het werk
van het
aardsche deel van het
Koninkrijk Gods zal tot
deze wereld, en tot
de
menschheid beperkt
worden. En zij die de
groote eer, daar deel aan te
hebben,
erlangd hebben, zuIlen het meest door
God verhoogd en geëerd worden
onder de menschen.
* In dit
vers zijn de woorden:
“Maar de overigen der dooden
werden niet weder
levend,
totdat de duizend jaren
geeindigd waren”
zijn onecht. Zij worden
in de oudste en meest
vertrouwbare handschriften
niet gevonden; noch in
het Sinaitische, noch in
het Vaticaansche, No. 1209
en 1160, noch
in het
Syrische handschrift.
Wij moeten bedenken
dat velen der teksten
die
in de latere afschriften
gevonden worden, toevoegsels zijn,
die eigenlijk
niet bij den Bijbel behooren.
Aangezien ons is [340] bevolen niet tot
het
Woord Gods toe te doen, zoo is
het onze plicht zulke toevoegsels,
zoodra
wij weten dat zij onecht
zijn, weg te laten. De bedoelde
woorden zijn
waarschijnlijk
bij ongeluk in de vijfde
eeuw in den tekst ingekropen,
want
geen vroeger
handschrift, (noch het
Grieksche, noch het Syrische)
bevat
dezen zin. Waarschijnlijk
eerst als kantteekening is
het later als tekst
ef
ingelast door den een of
anderen afschrijver, die
geert onderscheid
wist
te maken tusschen den
tekst en de aan merking.
|

What does
"resurrection"
mean?

"Marvel not at this:
for the hour
is coming, in the which all that are
in the graves shall hear his voice, and shall come forth;
"They that have done
good, unto the resurrection
of life; and they that have done
evil unto the resurrection
of judgment (Greek "krisis")."
John 5:28,29
The kingdom work of Jesus
and the Church
Who
are the "Ancient Worthies"?

Abraham
|
Jewish
hope --
Believing that Gods Kingdom would be established in
Jerusalem and all nations would come to the "house of the God of Jacob," Jewish
tombs thickly cover the slopes of Olivet, giving evidence to the Jewish faith in
Gods promises of a kingdom and the resurrection of the dead.
|
Moslem
hope --
When Messiah comes,
he will enter Jerusalem through the Golden Gate; hence, the resurrection and judgment will
begin from here.
Those who cannot walk the line of justice will fall into the Valley of Death below.
Moslem tombs surround the Golden Gate, waiting for the Messiah.
|
Christian
hope --
A Christian
cemetery lies in the Kidron Valley between the Jewish cemetery (on Mt. Olivet to the east)
and the Moslem cemetery (on Mt. Moriah to the west).
When Christ returns, he will judge the world in righteousness.
|
De
verwerping van dezen zin is niet noodzakelijk waf betreft het
"Plan" dat wij hier uitwerken, want de overigen der dooden –
de wereld in 't algemeen – zal niet weer
leven in den zin waarin Adam leefde, eer hij zondigde erl in het
oordeel kwam “stervende zult gij sterven.”
Volmaakt leven zonder
zwakheid of sterven is de eenige zit waarin God het word leven
erkent. Van uit Zijn stand punt heeft de geheele wereld alrede het leven
verloren en kon nu beter dood dan als levend beschreven
worden. –2 Cor. V: 14; Matth. VIII:22.
Het woord opstanding (Grieksch,
anatasis) beteekent oprichting. Wat den mensch betreft, beteekent
het der mensch wederom oprichten tot den toestand waaruit hij viel, tot de
volle volmaaktheid van het menschdom – hetgeen door Adam verloren
werd. De volmaaktheid waaruit ons geslacht viel, is de volmaaktheid
waartoe het langzamerheid weer verheven zal worden gedurende de Duizend
arige eeuw der wederherstelling of opstanding (oprichung).
De
Duizendjarige eeuw is niet alleen de eeuw der beproeving, maar ook de eeuw
der zegening, en door de opstanding of herstelling ten leven, zal
al wat verloreu was, teruggegeven worden aan allen die, wanneer zij weten,
en gelegenheid hebben, met vreugde gehoorzamen. De gang der opstanding zal
trapsgewijs zijn, de geheel eeuw behoevende, hoewel het ontwaken tot een
mate van leven en besef, zooals men nu heeft, een oogenblikkelijk werk
zijn zal.
| |